Het vullen met waterstof verliep heel vlot, de Duitse 'startmeester' was supervriendelijk en ik had het vullen reeds eerder meegemaakt, zodat ik nu wat meer tijd had om alles te bekijken en fotos te nemen. Toen alles klaarstond voor vertrek en Bob en Benoit naar goede gewoonte nogmaals de volledige checklist hadden afgelopen mocht ik instappen, en eerlijk gezegd, het deed mij wel iets
ook na meer dan 1500 vaarturen met een warmeluchtballon.

Het eerste wat mij opviel was de stilte, geen waakvlammen, geen branden, niets dan stilte, en toch statig stijgen, gewoon door heel kleine hoeveelheden zand uit te gooien.
Wat mij ook direct opviel was de onstabiliteit van de mand, die bewoog en schudde veel meer dan bij een warmeluchtballon, dat was even wennen (en draagkabel krampachtig vasthouden), maar ook dat waren we vlug gewoon, overweldigd als we waren door de unieke ervaring. Een echte stoomlocomotief reed onder ons door over de Rijnbrug en blies ons met een krachtig fluitsignaal uit
goede vlucht en zachte landing.
En we genoten, niet alleen de 3 passagiers die dit voor het eerst meemaakten, maar duidelijk ook de 2 piloten, met als P.I.C. Bob, de zichtbaarheid was onder de 1500 ft redelijk tot goed en we zweefden Düsseldorf uit. Een nieuwe wereld ging voor ons open.
Bovendien werd het al snel een volledig gecontroleerde ballonvaart, de antenne van de transponder ging overboord, stand-by positie werd ingesteld. Na een half uurtje onder de wolkenbasis te hebben gevaren hadden de piloten zin om hogere regionen te gaan opzoeken
boven de wolken moet de vrijheid toch grenzeloos zijn. Toelating werd gevraagd aan LANGEN control om te stijgen in gecontroleerd gebied en enkele tellen later mochten we stijgen naar 4000 ft MSL, nieuwsgierig als ik ben vroeg ik mij af hoe ze dat zouden klaarspelen, stijgen van 1500 naar max. 4000 ft, niet hoger.

Al snel had ik het door, met allerlei wiskundige formules had Bob een tabel opgemaakt met hoeveel zand er overboord moest om tot een bepaalde hoogte te stijgen, de berekening werd snel gemaakt en anderhalve zak ging overboord, de ballon schoot omhoog, . De ballon steeg en steeg, wel steeds trager en we naderden 4000ft en ja hoor, wonder boven wonder, de ballon stabiliseerde. Echte Einsteins zijn het, die gasballonmannen.
We zaten nu wel in drukbevlogen, gecontroleerd gebied in de buurt van Keulen. Op onze vraag om toelating om door te stijgen naar 5000 ft kregen we negatief als antwoord, dus we moesten wachten.
Na een half uurtje mochten we eindelijk doorstijgen tot 5000 ft. WAUW, onbeschrijfelijk mooi, hier zijn we ongetwijfeld dicht bij de hemel. In de zon, lekker warm, enorme zichtbaarheid en ongelooflijk rustig. Ja mannen, hier doen we het voor, zegt Bob. We zijn het volmondig met hem eens.
Op de wolken onder ons zien we de schaduw van de ballon met er rond het hallo effect, een soort ronde regenboog die ontstaat door de weerkaatsing van het licht in het vocht van de wolken. We genieten, en genieten, en genieten. Plots horen we op onze radio een vliegtuig vragen aan de controle do you know there is a balloon in your airspace? Ze zien ons dus ook, de vliegerkes, van hieruit lijkt zelfs een jumbo klein en nietig, wat moeten zij dan van ons denken?
Terwijl we met een snelheid van een 15-tal knopen rustig doorvaren zien we voor ons een enorme torenwolk opdoemen
en we gaan er recht naar toe. Een cumulonimbus? Kan niet, overal elders zijn de wolken vlak als een schaapvelletje. Dan beseffen we dat het de uitstuw van de schouwen van een groot industrieterrein moet zijn, die dwars door de wolken gaat en zeker 1000 ft boven de rest van het wolkendek uitsteekt. Als het dat maar is, geen gevaar, geen probleem, denk ik bij mezelf
en de piloten met mij.
We blijven van het weidse gezicht en van het zonnetje genieten en naderen gestaag de torenwolk. Als we dichterbij komen ziet ze er eerlijk gezegd toch best boosaardig uit, met wolkenmassas die omhoog én omlaag stuwen, flarden die oplossen, die draaien, sommige lijken zelfs draaikolken. Van héél dichtbij ziet ze er wel angstaanjagend uit, de boze wolk. Ik besluit opnieuw een draagkabel vast te houden (net alsof dit zin heeft, op 5000 ft) en af te wachten wat er gaat gebeuren, de piloten lijken alvast uiterlijk nog op hun gemak, alhoewel dat ze nu wel heel dicht bij de instrumenten en de ballastzak staan. Daar gaan we, en ja, wat schudden en beven, wat zand eruit, wat op en neer, maar al bij al valt het nog mee. Dit was duidelijk geen cumulus, gelukkig maar. Toch ben ik blij als we de boze wolk achter ons laten en onze vaart via Duren richting Aachen kunnen verder zetten zonder problemen.
Als we Duitsland bijna uit zijn (we weten precies waar we zitten dank zij onze gesofistikeerde GPS-en aan boord) besluiten we terug te zakken en de hoge venen en de Ardennen in België vanuit de ballon te bekijken. Voor het eerst horen we het gesis van het gas dat via de parachute uitgelaten wordt. Ik hoop in elk geval dat e.a. opnieuw goed afdicht.
Natuurlijk werkt alles perfect maar er moet toch flink wat zand uit om na een snelle daling de ballon af te ronden
ook stellen we vast dat het wolkendek lager is dan gedacht en de grond hoger (we vliegen met de hoogtemeters op MSL). Gelukkig kent iedereen zijn opdracht en weten we wat we moeten doen als Bob roept: kwart zak
Het blijft een fascinerend gezicht om die wolk zand te zien afdalen.
We varen nu heel laag en Benoit oefent een paar geslaagde approaches zodat we de bomen en huizen enkele malen van héél dicht zien. Ik merk direct op, makkelijk is anders, en zand uitgooien of gas lossen is niet hetzelfde als branden. Via Eupen gaan we gestaag verder richting Verviers en we passeren vlak over de imposante stuwdam barrage de la Gileppe, ook het vliegveld van Spa zien we goed liggen (wel weinig beweging daar). Iets verder beginnen we te denken aan een landing, want noch het terrein (veel bos), noch de zichtbaarheid verbetert, en de piloten houden er rekening mee dat de mist nog kan verergeren tegen de avond. Ook de zandvoorraad is geslonken tot een zak of zes en blijkbaar is een viertal zakken nodig om te landen. Iedereen krijgt een opdracht en Bob begint uit te kijken naar een geschikt landingsterrein, de volgers hebben opnieuw prima werk geleverd, zien ons en zijn in de buurt, dus t is het moment.
We gaan lager varen (gas lossen dus) maar in dit heuvelachtig landschap is het eerder, omlaag, omhoog, weer omlaag, plots zien we voor ons een wei en we brengen alles in gereedheid, prima approach, maar helaas drijven we af naar de zijkant en moeten we doorvaren, wat veel zand kost. En voor ons bos en hoogspanningen, ook ik voel dat het nu moet lukken en ja hoor, plots hoor ik Bob roepen sleeptouw los, NU, en daar gaat het dikke touw, het bos in
door het gewicht van het sleeptouw wordt de ballon zachtjes naar de grond toe getrokken, en met nog wat zand eruit te gooien en ook wat te ventileren slaagt Bob erin de mand als een pluimpje aan de grond te zetten, vlak bij een grote weg en een woning waar licht brandt. Om 15.20 zijn we geland te WERBOMONT in het gehucht Ferrières. Binnen de kortste keren is ons volgteam, inmiddels uitgebreid met enkele kennissen van Benoit uit de streek, ter plaatse en wordt het overblijvende gas voorzichtig uitgelaten en de ballon zorgvuldig opgeborgen.
Het is mooi geweest. Het was hemels. Bij het naar huis rijden stoppen we traditioneel voor het landingsfeestmaal en bespreken we nogmaals enkele ervaringen van tijdens de vlucht.
We zijn alweer een prachtige ballonvaart rijker. Dan merkt lijnpiloot Bob op dat we eigenlijk heel gelukkige mensen zijn, dat we dit allemaal mogen doen en meemaken, terwijl op de verre bestemmingen waar hij wekelijks naartoe vliegt in Afrika, de mensen eerder overleven, enkel zoekend naar een beetje eten voor hen en hun gezin, zonder levensdoel, zonder vooruitzichten, en vooral zonder enige toekomstperspectieven, iedere dag is voor hen gelijk, en er is geen mogelijkheid om daaruit te geraken. We zijn het volmondig met hem eens. We zijn verwend
zeker vandaag.
BEDANKT, Bob en Benoit, dat ik erbij mocht zijn.
Gino Ciers, gedoopt in de gasballon als:
GINO, GRAF VON NIEDERZIER, DER MANN MIT DIE GROSSE AUGEN AUF DIE BÖSE WOLKEN