Souvenirs d’enfance - Albert Vanden Bemden - Jeugdherinneringen
Je n’ai vraiment jamais raconte quoi que ce soit de mon premier vol en ballon.
Je croyais que j’etais trop jeune, 10 ans à peine, et cela me paraissait tellement naturel, qu’à travers les histoires et aventures racontees par mon père, cela devenait du quotidien, du sans histoire. Aujourd’hui je me rappelle que c’etait merveilleux et que mon silence etait tout simplement une attitude de gamin un peu fanfaron.
Ondanks het 400-tal vaarten dat zou volgen herinner ik me het verloop van die ballondoop zeer levendig. Het was 28 augustus 1928. Een zonnige zondag, een mooie zomer. De ballon zou opstijgen op het Morichar-plein in Sint-Gillis, samen met nog twee andere ballons. Mijn vader had beslist dat het mijn beurt was om een ballonvaart te maken, want mijn oudste broer had al een mooi aantal vluchten kunnen meemaken: hij hapte steeds weer gulzig toe als hij de gelegenheid had, en snoepte mij vaak de aan mij beloofde plaats af.
Het was prachtig weer die namiddag. De ballon waarmee we zouden varen had oorspronkelijk aan piloot Dumortier toebehoord. Mijn vader had zowel deze ballon van 600m³ als nog veel ander ballonmateriaal van hem overgenomen.
Wat een opstijging! Als een kaars, recht naar de hemel, zoetjesaan. De bomen en de gebouwen werden langzaam opgeslokt door de aarde, terwijl onze luchtballon vergezeld werd door kleine ballonnetjes die door de kinderen op het plein waren opgelaten.
Je ne regardais pas les gens restes sur la place et qui nous criaient ‘bon voyage’.
Je me souviens seulement, arrive a une centaine de mètres d’altitude, n’avoir eu d’yeux que pour la majestueuse bâtisse du Palais de Justice, avec son dôme tout vert, surmonte d’une enorme couronne. En dessous de nous, la tour de la porte de Hal, ceinturee de verdure et les canons disposés par ci, par là, semblait comme un jouet sorti tout droit de la botte du père Noël. Mon regard revenait immuablement vers la hauteur du temple de Thémis. Tout doucement, à faible altitude, nous nous en approchions dans un mouvement légèrement tournant. Le lent courant d’air nous entraîna, nous permettant de regarder –droit dans les yeux- les immenses statues, flanquant les quatre coins cardinaux de cette galerie, pourtant circulaire et si haut perchée.
Ik herinner me de fiere glimlach van mijn vader, zijn zoontje naast zich, zonder een zweem van angst ondanks de korte afstand tot deze hindernis. Hij wees me op de auto’s die ons volgden, de flessenhals van de Louisalaan in.
Wij waren het doel van de autorally, georganiseerd door de automobilistenclub van St. Gillis.
Wat waren ze mooi, de brede boulevards die de Brusselse Kleine Ring vormden. Alle trams reden er, en in het bijzonder lijn 15, de modernste en snelste tram, met zijn blauwe plaat.
Reusachtig grote bomen in rijen van vijf of zes, twee rijstroken voor de auto’s, een dreef voor de paardrijders, een fietspad en de wandelaars op het centrale pad in een diepgele leemkleur.
Onze ballon voer rustig verder over de koninklijke stallen, naar de Wetstraat en het Madouplein toe. Het Koninklijk Park waar ooit de opstanden ter gelegenheid van onze onafhankelijkheid in 1830 hadden plaatsgevonden herinner ik me. Van het Koninklijk Paleis daarentegen herinner ik me niets meer. Misschien stond mijn vader in de weg, aan die kant van de korf?
Sagement et à petite allure le ballon se dirigea par la place Madou en direction de Louvain. L’altitude augmentait, suite au délestage et notre allure augmentait également.
A droite papa me montrait le ‘Cinquantenaire’ avec ses musées et ou avait eu lieu l’exposition et les concours de ballons de 1905. Plus loin le Tir National. Je jubilais car le passage au dessus de la place Dailly avait déclenché une ovation bruyante de la part des carabiniers cyclistes ‘non-permissionaires’ ou ‘de piquet’ ce dimanche après-midi.
Très loin à droite encore, la fin de la forêt de Soignes et les massifs de Tervueren.
En korenvelden, goed geordende gouden korenvelden. En groene weiden, in duizenden schakeringen van groen, doorspekt met witte en bruine en zwarte vlekken: de koeien en de paarden.
Beken of rivieren herinner ik me niet. Nochtans voeren we even verder over de vijvers van Leefdaal, met aan de horizon links de stad Leuven.
Et puis c’était la fin, papa m’avait prévenu que nous allions atterrir et il me montrait une petite prairie derrière une belle ferme. Gentiment, après avoir lâché le guiderope, nous prenions contact avec le sol de la prairie, très courte d’herbe, quelques jeunes veaux et de larges bouses. Très vite le coin s’animait par l’arrivée des concurrents ‘rallye-men’ se bousculant pour arriver le premier à la nacelle et piquer leur carte de participant sur le pique-notes.
Ik was uit de korf gekropen, en was een beetje bang van de kalveren. Mijn vader had me gezegd dicht bij de boerin die naar de ballon was komen aangelopen te blijven. Ik herinner me dat deze flinke boerenvrouw me bij de hand nam naar de boerderij en me vroeg of ik dorst had. Ze bekeek mijn zwarte pak en vroeg me of ik in de rouw was. Dat was inderdaad zo, een maand eerder was mijn mama gestorven.
Uit een brood, zo groot als een karrenwiel, sneed de boerin me een dikke boterham, en met die boterham, dik vol gesmeerd met boter en perensiroop, en daarbij een groot glas limonade stapte ik terug naar buiten.
Een ballonvaart, dat scherpt de honger! Zeker als je 10 bent.
Mon père m’avait dit de rester près de la fermière, venue voir le ballon.
Je me souviens que cette brave paysanne m’a prise par la main pour entrer à la ferme, après m’avoir demandé si j’avais soif. Voyant mon costume noir, elle me demandait si je portais le deuil, ce qui était le cas, car je venais de perdre ma maman le mois précédent. Toujours est-il qu’après avoir bu un grand verre de limonade je sortais quelques instants plus tard avec une grande tartine découpée dans un pain, grand comme une roue de brouette, bien beurrée, pleine de sirop de poires.
Un vol en ballon, ça creuse, surtout quand on a 10 ans.